Mirrorless vs DSLR: De praktijk

Inhoudsopgave

De switch

Objectieven en cropfactor

OVF vs EVF

Autofocus

Beeldkwaliteit

Omvang

Batterij

Video

Vintage Objectieven

Conclusie

De switch

In ons vorige artikel over de verschillen tussen de digitale spiegelreflex (DSLR) en mirrorless camera’s hebben we een aantal knelpunten van het oude spiegelsysteem benoemd, en lieten we zien dat een aantal fabrikanten met alternatieve systemen is gekomen, die één ding gemeen hebben: de spiegel ontbreekt. Ze worden daarom ‘mirrorless’ genoemd.

In dit artikel willen we vanuit de praktijk de verschillen bespreken tussen het gebruik van een DSLR en van een mirrorless camera. Van een Nikon DSLR stapten we over op een Olympus Micro Four-Thirds camera, uit ongeveer dezelfde prijsklase. Waar liepen we tegenaan? Wat werkt anders, beter of juist slechter? We gaan het ontdekken.

Olympus E-M10 II (met 20mm F1.7) vs Nikon D3200 (met 35mm F1.8)

Objectieven en cropfactor

Terwijl het wisselen tussen camerabody’s van hetzelfde merk meestal vrij eenvoudig is, omdat je de lenzen die je al hebt gewoon kunt blijven gebruiken, geldt dat uiteraard niet wanneer je naar een ander merk overstapt. Op de Nikon DSLR hadden we een aantal lenzen: 

We gingen op zoek naar objectieven voor de Olympus camera die vergelijkbaar waren met bovenstaande objectieven. Uiteindelijk kwamen we op de volgende objectieven:

Hoewel het bereik van deze objectieven totaal anders lijkt, zijn ze in de praktijk wel vergelijkbaar - wat te zien is aan het 35mm full frame equivalent wat tussen haakjes is geplaatst. Dat heeft te maken met de zogenoemde ‘cropfactor’ ten opzichte van een full frame camera.

De Nikon camera is een APS-C camera met een cropfactor van 1,5. Dit betekent dat bijvoorbeeld de prime van 35mm een vergelijkbaar beeld oplevert als een 35x1,5=52,5mm lens op een full frame camera.

De Olympus camera is een Micro Four-Thirds camera, met een cropfactor van 2.

Manual focus objectieven

Naast de genoemde autofocus objectieven hebben we ook nog twee oudere objectieven uit de beginjaren ‘80. Dit betreft een 50- en een 100mm objectief. Deze objectieven zijn doormiddel van een redelijk goedkope adapter eenvoudig te gebruiken op de Olympus camera. Echter verandert het bereik door het verschil in cropfactor. De 50mm was op de DSLR effectief een 75mm; op de Olympus wordt het een 100mm. De 100mm was op de DSRL effectief een 150mm, op de Olympus wordt dat 200mm.

Het is hierbij goed te beseffen wat hier precies gebeurt. De sensor in de Olympus camera zal ten opzichte van een full frame camera alleen het middelste stuk van het geprojecteerde beeld benutten. Hierdoor wordt er eigenlijk ingezoomd, wat het verschil in bereik verklaart - door alleen het middelste stuk van het beeld van een 50mm lens te gebruiken, een stuk dat 2x zo klein is als full frame, wordt er 2x ingezoomd tot 100mm. Dat heeft twee belangrijke consequenties:

  • Doorgaans is een lens in het midden het scherpst, en zijn de randen van het beeld een stuk zwakker; zowel wat kleurschifting betreft als algehele scherpte. Omdat de Olympus een flink stuk van de randen ‘afknipt’ en alleen het middenstuk overhoudt, wordt eigenlijk alleen het beste deel van het beeld gebruikt. Dat is dus gunstig.
  • Omdat de sensor van de Nikon een stuk groter is, hebben de pixels op die sensor meer ruimte dan op de sensor van de Olympus (even aangenomen dat ze hetzelfde aantal megapixels hebben). Om hetzelfde oplossende vermogen te bereiken, moet een lens hierdoor voor de Olympus scherper zijn dan op de Nikon. Dezelfde beelddetails moeten op een kleiner oppervlak worden vastgelegd. De oude objectieven waren eigenlijk gemaakt voor full frame (en dan nog film), en het is niet vanzelfsprekend dat ze in staat zijn het oplossend vermogen te leveren voor een hoge resolutie Micro Four-Thirds camera. Bovendien was het vroeger niet mogelijk om even je gemaakte foto op 100% te bekijken op een beeldscherm, en viel daardoor variatie in de kwaliteit minder op.

OVF vs EVF

Het meest kenmerkende verschil tussen een DSLR en een mirrorless camera is de optische zoeker van een DSLR die ontbreekt op de andere camera’s. Sommige mirrorless camera’s hebben dus alleen een beeldscherm achterop; maar de Olympus E-M10 die wij kochten heeft naast een beeldscherm een elektronische zoeker. Dit is een klein beeldschermpje dat door een lens wordt vergroot en zo de optische zoeker vervangt. Hoe scherper dit schermpje is, hoe dichter het een optische zoeker kan benaderen; en hierbij is ook de verversingssnelheid van belang.

Voordeel van de EVF

Het grote voordeel van een elektronische zoeker ten opzichte van een optische is dat je het effect ziet van je instellingen. Als je de foto wilt onderbelichten, zal de elektronische zoeker een donker beeld laten zien. Een optische zoeker kan dit niet.

Verder is het eenvoudiger extra informatie - zoals een histogram - te tonen in een elektronische zoeker. Een optische zoeker gaat niet verder dan het tonen van wat getallen onderin het beeld.

Nadeel van de EVF

Het hoofdzakelijke nadeel van de elektronische zoeker is de vertraging van het beeld. Het kost de camera een klein beetje tijd om het opgenomen beeld te tonen in de zoeker. Dat betekent dat het beeld iets achterloopt; en dat kan gevolgen hebben wanneer je heel precies een bepaald moment wilt vastleggen, bijvoorbeeld bij sport.

Een optische zoeker geeft met de snelheid van het licht weer wat de lens ziet. Hierdoor ben je als fotograaf meer betrokken bij datgene wat je wilt fotograferen.

De praktijk

De EVF in de Olympus E-M10 Mark II heeft meer dan 2 miljoen pixels. Dit geeft een beeld dat behoorlijk scherp en vloeiend is. Maar er is sprake van wat vertraging, en vooral met spelende kinderen betekent dat dat je af en toe achter de feiten aanloopt. Ook kost het wat tijd voor de camera om te wisselen tussen de EVF en het beeldscherm achterop; een DSLR is over het algemeen heel wat sneller klaar voor gebruik.

Autofocus

Een DSLR maakt gebruik van een aparte sensor voor het focussen. Het is cruciaal dat deze sensor goed is afgesteld ten opzichte van de beeldsensor, anders is elke foto onscherp.

Een mirrorless camera focust met de beeldsensor zelf, vaak met contrastdetectie, soms met fasedetectie als extra hulpmiddel. Omdat alleen de beeldsensor wordt gebruikt, is er geen risico van afwijkingen.

De praktijk

Onze bevindingen:

  • Hoewel DSLR objectieven sneller zouden moeten kunnen focussen, is dit met de standaard consumentenobjectieven niet het geval. Zowel de Nikkor 18-105 als de 35mm prime zijn geen snelheidsmonsters. Het snelheidsvoordeel vervalt dus bij de goedkopere objectieven.
  • Een DSLR focust wél beduidend sneller als er weinig licht is. We merkten dit in een donker kasteel waarbij we op zowel een E-M10 en een Nikon D3200 een lens gebruikten met een diafragma van F3.5. De Nikon had geen enkel probleem met focussen, de Olympus wel.
  • De nauwkeurigheid is bij de objectieven op de E-M10 inderdaad een heel stuk beter. Als de camera zegt dat iets in focus is, dan is dat ook zo. Tenminste, op twee bijzondere gevallen na - daar komen we hieronder nog op terug. Hoewel onze D7000 micro-adjustment heeft voor autofocus, is dat alleen zinvol wanneer een objectief structureel dezelfde afwijking vertoont, en dat was niet het geval. De ene keer was de focus goed, de andere keer lag de focus te ver naar achteren of juist naar voren. Onze D3200, een iets recenter model maar uit de goedkoopste lijn, werkt in de praktijk niet slechter dan de D7000.
  • Met minder lichtsterke objectieven, zoals de Nikkor 18-55VR kitlens, is de nauwkeurigheid meestal wel afdoende. Dit heeft te maken met de grotere scherptediepte (met andere woorden, met dergelijke objectieven is het verschil tussen scherp en onscherp op een foto hoe dan ook minder groot dan met een lichtsterke prime).

Twee bijzondere gevallen

Aanvankelijk hadden we als alternatief voor de Nikon 35mm F1.8 de Panasonic 25mm F1.7 gekozen. Dit laatste objectief is zeer betaalbaar (onder de 200 euro), focust snel en stil; en is behoorlijk degelijk gebouwd - wel enigszins groot. Ook qua scherpte is er niet direct iets op af te dingen.

Panasonic 25mm F1.7

Er bleek alleen een addertje onder het gras te zitten, met de naam focus shift. Dit fenomeen treedt alleen op wanneer het diafragma iets wordt dichtgezet; bijvoorbeeld op F2.8 in plaats van F1.7. De camera zal namelijk altijd focussen met de lens wijd open, net als bij een DSLR. Pas wanneer de foto wordt genomen, gaat het diafragma heel even dicht tot de waarde die is ingesteld. Dit zou geen probleem mogen zijn, omdat de scherptediepte alleen maar toeneemt bij een kleiner diafragma, dus als iets op F1.7 scherp is, dan zou dat zéker zo moeten zijn op F2.8. Maar de Panasonic 25mm F1.7 heeft de nare eigenschap dat zijn focuspunt fors verschuift wanneer het diafragma dicht wordt gezet. Waar prime objectieven doorgaans scherper worden wanneer ze iets worden “geknepen”, ging bij ons exemplaar van de 25mm de scherpte juist achteruit. En dat kwam doordat het focuspunt verschoof.

Het is overigens goed te beseffen dat we bij onze DSLRs vergelijkbaar gedrag hebben gezien, bijvoorbeeld bij de Yongnuo YN50N prime. Maar focus shift is dus een probleem dat mirrorless camera’s niet voorbij gaat, omdat het een probleem is in de lens zelf. Het is - ons inziens - onbegrijpelijk dat een objectief met een dergelijk gedrag de fabriek kan verlaten; en het betrof hier ook geen exemplarisch probleem - het is een bekend verschijnsel dat door verschillende mensen al is gerapporteerd.

Panasonic 20mm F1.7
Panasonic 20mm F1.7

Nu heeft Panasonic naast de 25mm F1.7 ook een 20mm F1.7 in het assortiment. Gezien de overeenkomst in brandpuntsafstand zou je denken dat het hier om twee vrijwel gelijke objectieven gaat, maar niets minder is waar. De 20mm is een volstrekt ander objectief, met als sterk punt zijn (beperkte) omvang. Op het internet zijn veel reviews van deze lens te vinden, en vooral zijn scherpte wordt geroemd. Hij is wel iets duurder dan de 25mm. Verder is hij - voor een Micro Four-Thirds objectief - zéér traag in het focussen en gaat dit ook bepaald niet geruisloos. Het is dus op alle vlakken de exacte tegenpool van de 25mm F1.7. Voor videowerk wordt daarom de 25mm geprefereerd.

We tikten een 20mm F1.7 via Marktplaats op de kop en probeerden hem uit op onze Olympus E-M10. Nadat we een aantal onscherpe foto’s hadden gemaakt, die duidelijk niet goed gefocust waren, vroegen we ons af wat er aan de hand kon zijn. Hoewel het objectief inderdaad traag focust, gaf de camera wel aan dat de focus goed was voordat de foto werd genomen. En toch waren de foto’s voor een groot deel onscherp.

Hoewel we de exacte oorzaak niet hebben kunnen vinden, bleken we het probleem te kunnen omzeilen door eerst de camera scherp te laten stellen door de ontspanknop half in te drukken, en die pas na de focusbevestiging geheel in te drukken. Dit vertraagt het nemen van foto’s wel iets, maar niet erg veel. Het lijkt een afstemmingsprobleem te zijn tussen de Olympus camerabody en de Panasonic lens; we konden hetzelfde probleem niet reproduceren met een Panasonic camerabody.

Beeldkwaliteit

Omdat de Micro Four-Thirds sensor kleiner is dan die van een DSLR, moeten de pixels op een kleiner oppervlak bij elkaar worden "geperst". Dit heeft twee gevolgen, in de eerste plaats is de resolutie van Micro Four-Thirds camera's op dit moment niet hoger dan 20 megapixels (en de meeste camera's zijn 16 megapixels), en in de tweede plaats is het ruisniveau doorgaans wat hoger. (Nu bieden Sony, Fuji en Canon ook mirrorless camera's aan met een APS-C sensor, waarvoor deze problemen niet gelden. Onze bevinding betreft dus alleen het Micro Four-Thirds systeem.)

Sinds jaar en dag is voor Nikon 20-24 megapixels de norm voor de consumentencamera's. In het prijssegment waarin we hebben gekeken, komt dit neer op de keuze tussen een 16 megapixel Micro Four-Thirds camera (de E-M10) en een 24 megapixel Nikon uit de 3000 serie (de D3200, D3300, D3400 en D3500 hebben allen 24 megapixel).

Aan de ene kant is het verschil tussen 16 en 24 megapixel aanzienlijk (50 procent), aan de andere kant is 16 megapixel ruim voldoende voor welke afdruk dan ook. Er is één situatie waarbij meer megapixels een groot voordeel kan zijn: wanneer je achteraf een uitsnede wilt maken.

De praktijk

Zelfs de oude D3200 biedt duidelijk meer resolutie (en een vergelijkbaar ruisniveau) dan de E-M10, daar is geen discussie over mogelijk. Wel komt dit resolutieverschil pas goed naar boven wanneer je scherpere objectieven gebruikt. Een standaard kitlens, of een prime met volledig geopend diafragma, zal niet alles uit de sensor van de DSLR halen.

Omvang

Is mirrorless systeemcamera werkelijk kleiner dan een DSLR? Voor de camerabodies geldt dat meestal wel, omdat de spiegel geen ruimte meer nodig heeft en de lenzen dichter op de sensor geplaatst kunnen worden. Voor de lenzen zélf is dat een ander verhaal. De objectieven die Canon en Nikon introduceerden voor hun nieuwe full frame mirrorless camera’s zijn niet compact te noemen. Sterker nog, vergeleken met de Nikkor 50mm F1.8 Series E uit 1980 zijn alle objectieven groot.

Panasonic 14mm F2.5

Een uitzondering hier is Micro Four-Thirds, en de reden is dat al sinds het begin er aandacht is geweest voor compactheid. Zo zijn er een flink aantal primes die klein zijn, zoals de 14mm F2.5 en 20mm F1.7 van Panasonic. Hoewel er ook voor APS-C compacte objectieven beschikbaar zijn, blijft het Micro Four-Thirds systeem zich toch onderscheiden.

In de praktijk

Een E-M10 met 20mm F1.7 past in een gewone jaszak, zo eenvoudig ligt het. Een aantal keren maakte dit het verschil tussen wel of geen camera meenemen. Zelfs de kleinste DSLR is een plomp apparaat, en dat is lang niet altijd gewenst. Verder zijn de vergelijkbare objectieven voor Micro Four-Thirds een stuk lichter, vooral bij de Olympus 40-150mm telelens is dat opvallend.

Er zit ook wel een andere kant aan de compactheid. Onze Nikon DSLRs liggen goed in de hand, de E-M10 is klein en zeker met wat grotere lenzen - zelfs de 12-60mm - kan dit vermoeiend worden voor de rechterhand. Nu heeft Olympus voor de E-M10 een losse grip in de verkoop, die dit een aardig eind verhelpt (en de camera wordt er niet eens zoveel groter van). Maar zelfs dan blijven de Nikon DSLRs beter in de hand liggen. En het lage gewicht van de Olympus 40-150mm telelens heeft ook gevolgen voor de bouwkwaliteit, het is één van de meest "plastic" lenzen die er te koop zijn.

Batterij

Een DSLR gaat over het algemeen een heel stuk langer mee op een batterij dan een mirrorless camera. De reden hiervoor is simpel: De beeldsensor van een DSLR is lang niet altijd actief tijdens het fotograferen; tijdens het bepalen van de compositie aan de hand van de optische zoeker wordt de beeldsensor niet gebruikt.

Een mirrorless camera gebruikt voor het beeld in de zoeker de informatie van de beeldsensor zelf, zodat die altijd actief moet zijn. Dit kost meer energie.

Gebruik je echter de Live View functionaliteit van een DSLR, dan heeft dit een grote invloed op de batterijduur; in feite is het voordeel dan geheel verdwenen.

In de praktijk

We moeten inderdaad ongeveer twee à drie keer zo vaak van batterij wisselen bij de E-M10 vergeleken met de Nikon DSLR camera’s. In de praktijk betekent dat heel simpel dat je zonder nadenken je DSLR kan pakken en er vanuit kan gaan dat je hoe dan ook nog een flinke serie foto’s kan maken; een extra batterij is alleen nodig als je meerdere dagen weg bent of wanneer je van plan bent video’s te schieten (die van Live View gebruik maken).

Er is nóg een aspect dat hier mee te maken heeft: de standby mode van onze Nikon DSLRs werkt veel beter dan die van de E-M10. Vooral veel sneller. In feite kan je de Nikons gewoon permanent aan laten staan, zonder dat dit erg veel gevolgen heeft voor het batterijgebruik. Zodra je de ontspanknop half indrukt, is de camera direct actief, en dat kan zo snel omdat de beeldsensor niet onmiddelijk aan hoeft. De E-M10 is een stuk moeilijker uit zijn slaap te krijgen, en dat kan betekenen dat je net dat mooie moment mist.

Video

Alle camera’s van tegenwoordig (en zelfs van een aantal jaren terug) kunnen minstens op Full HD video opnemen. Datzelfde geldt voor de Nikon en Olympus camera’s die we hebben gebruikt. De Nikon D7000 en D3200 hebben zelfs een microfooningang.

Voor wat betreft de verschillen kunnen we kort zijn: als je autofocus belangrijk vindt tijdens video, moet je de Nikon DSLR camera’s links laten liggen. Overigens is Olympus ook niet de beste keus voor video; Panasonic heeft zich al jaren gespecialiseerd in videorecording op het Micro Four-Thirds platform met de GH serie.

Vintage objectieven

We hebben hierboven al het één en ander genoemd over het gebruik van oude, manual focus objectieven. Het paradoxale is dat het gebruik van de oude Nikon lenzen op de Olympus E-M10 veel makkelijker is dan op de Nikon DSLR bodies. De redenen?

  • Focus peaking. Hierbij wordt het deel dat in focus is, extra benadrukt in het zoekerbeeld - bijvoorbeeld met een gele of witte accentkleur. Met een manual focus lens kan je dan toch redelijk eenvoudig zien wat wel en niet in focus is. De meeste Nikon DSLR camera’s, en zeker in het goedkopere segment, missen deze optie in Live View. En zonder Live View werkt het al helemaal niet. Weliswaar biedt elke Nikon DSLR een optie in de optische zoeker om aan te geven of iets wel of niet in focus is (een groen lichtje brandt als de camera constateert dat iets in focus is), maar dit werkt niet zuiver genoeg met snellere objectieven (sneller dan F3.5).
  • Inzoomen om nauwkeurig te kunnen scherpstellen kan ook met de elektronische zoeker. Op een DSLR kan er weliswaar in Live View worden ingezoomd, maar dit werkt uiteraard niet met de optische zoeker. Op een mirrorless camera met EVF werkt dat wel, zodoende kan je goed scherpstellen terwijl je de camera tegen het oog houdt.
  • Tenslotte hebben een aantal mirrorless camera’s (zoals de E-M10) tegenwoordig een gestabiliseerde sensor. Dit betekent dat ook oude lenzen gestabiliseerd worden, en dat is toch wel erg praktisch - en voor video uit de hand zelfs onmisbaar.

Conclusie

Uiteindelijk kunnen wij maar één conclusie trekken: De DSLR gaat verdwijnen. Voor consumenten biedt een DSLR te weinig voordelen, en zet daar hoofdzakelijk nadelen (omvang, onnauwkeurig focussen) tegenover. Maar, in bepaalde gevallen kan een DSLR beter zijn: in het geval resolutie cruciaal is, of het fotograferen van snel bewegende objecten (kinderen, sport).

Kijken we even naar het duurdere en professionelere segment, dan zien we dat de prestaties van de mirrorless en DSLR camera's erg dicht bij elkaar liggen. Het wordt dan meer een kwestie van smaak en voorkeur.

Meer over dit onderwerp

Mirrorless vs DSLR
Mirrorless of DSLR?

Mirrorless vs DSLR - 2
Mirrorless of DSLR - deel 2

Objectieven - lenzen
Objectieven - lenzen: overzicht soorten camera objectieven

Objectieven kopen
Objectieven kopen - overzicht van objectieven

Objectieven kiezen
Objectieven: camera objectieven kiezen - gratis tips

Standaard objectieven
Standaard objectieven / lenzen voor digitale camera

Lenzen
Camera lenzen: kies de juiste lens voor natuurfotografie en vogelfotografie

Lenzen kopen
Lenzen fotografie

Camera lenzen
Camera lenzen - tips voor een objectief bij uw camera

Groothoek
Groothoeklens / groothoek objectieven voor fototoestel

Teleobjectieven
Teleobjectieven - o.a. Canon, Nikon, Minolta, Olympus, Sigma, Tamron, Raynox.

Zoomlenzen
Zoomlenzen - zoomobjectieven digitale camera kopen

Groothoeklens
Groothoeklens

Camera vergelijken
Camera lenzen vergelijken - kooptips voor digitale camera's

Sigma objectieven
Sigma objectieven - ruime keuze Sigma objectieven

Vintage lenzen op Nikon DSLRs
Vintage lenzen op Nikon DSLRs digitale camera

Olympus
Olympus digitale camera's - camera's van Olympus

Panasonic
Panasonic digitale camera's - Panasonic

Sony
Sony digitale camera's - Sony

Focusproblemen
Focusproblemen met Digitale Spiegelreflexcamera’s

Mirrorless vs DSLR - 2
Mirrorless of DSLR - deel 2