Algemeen
Fotografie workshops

Specialisatie
Bedrijfsfotografie
Straatfotografie
Interieurfotografie
Kinderfotografie
Luchtfotografie drone
Macrofotografie
Nachtfotografie
Natuurfotografie
Portretfotografie
Productfotografie
Reisfotografie
Uitvaartfotografie
Urban fotografie

Foto tips
360 graden productfotografie
Baby fotoshoot
e-book productfotografie
Familie fotoshoot
Landschappen
Insecten fotograferen
Productfoto voor webshop
Reportage fotografie
Stock foto kopen
Fototips zonsondergang

Bruidsfotografie
Bruidsfotograaf tips
Bruidsfotografie
Bruiloft tips
Trouwauto huren
Bruidsreportage tips
Trouwkaarten tips
Uitnodiging trouwkaart

Software
3D foto app
Data recovery
Digitaal fotoalbum
Beheer van foto's
Foto website maken
iPad app fotografie
Livesafer backup programma
Foto opslag online
 
 
Macrofotografie - insecten
Groene keizersvlieg; foto gemaakt met vergrotingsfactor 3
 
 
Macrofotografie - insecten
Foto van een wesp gemaakt met vergrotingsfactor 3
 
 
 
Macrofotografie - insecten
Kopje van een strontvliegje; foto gemaakt met vergrotingsfactor 8
 
 
 
Macrofotografie - insecten
Slakkendoder; foto gemaakt met vergrotingsfactor 3
 
Macrofotografie - insecten
 
Grassprietje met reflecterende druppels; foto gemaakt met vergrotingsfactor 2.

Fotograferen van insecten

1. Vergrotingsmaatstaf

Brandpuntsafstand

De wereld van insecten is bijzonder gevarieerd. Er zijn grote insecten, maar ook insecten die met het blote oog nauwelijks te zien zijn. Bijna alle macrolenzen hebben een vergrotingsmaatstaf van 1:1. Dit betekent dat een insect op brandpuntsafstand van de lens op ware grootte wordt afgebeeld op de sensor van de camera. Het belangrijkste verschil tussen de lenzen is de brandpuntsafstand.

Bij een macrolens met een brandpuntsafstand van 60 mm, is de minimale werkafstand rond de  60 mm. Het voordeel van een macrolens met een grote brandpuntsafstand is dat de minimale werkafstand ook groter is, waardoor het mogelijk is op een grotere afstand een insect op maximale grootte te fotograferen.

Tussenringen of balg

Voor een grotere vergrotingsmaatstaf, bijvoorbeeld 3:1, is het noodzakelijk gebruik te maken van een speciale macrolens (Canon MP-E 65 mm/f2.8), tussenringen of een balg. Een close-up lens wil ook wel, maar geeft wel wat kwaliteitsverlies.  De foto van de groene keizersvlieg is gemaakt met vergrotingsmaatstaf 3:1. Dit betekent dat de vlieg 3 maal groter in hoogte en breedte op de sensor van de camera is afgebeeld. Dit wordt ook wel aangeduid door aan te geven dat de foto met vergrotingsfactor 3 gemaakt is.

2. Praktische tips

Macroflitser

Een insect blijft altijd in beweging, ook wanneer het stil op een blad lijkt te zitten. Verder is het vrij kleine scherptegebied afhankelijk van de gekozen diafragmawaarde, het scherptegebied wordt groter naarmate het diafragma kleiner wordt. Door gebruik te maken van een geschikte macroflitser, is het mogelijk de sluitertijd vast in te stellen op 1/200-1/250 sec en in Av-mode te werken waardoor je het gewenste diafragma afhankelijk van de situatie kunt kiezen.

Diffuser

Door gebruik te maken van een voor de flitser geschikte diffuser is het mogelijk het wat harde flitserlicht te verzachten, waardoor het insect fraaier belicht wordt. Door de gekozen sluitertijd is het niet noodzakelijk met een statief te werken. Ondanks gebruik van een diffuser zullen er soms wat overbelichte plekjes in een macro kunnen voorkomen. Door iets onder te belichten is dat meestal wel te voorkomen.

Scherpstellen

Vooral in het begin is het verstandig, de camera automatisch te laten scherpzetten. Een nadeel is echter dat vaak scherp gezet wordt op een punt dat de fotograaf niet in gedachten had. Na wat ervaring opgedaan te hebben kan manueel scherp gezet worden, waardoor een goede controle over het te kiezen scherptepunt mogelijk is.  Wanneer gebruik gemaakt wordt van tussenringen, een balg of de Canon MP-E 65 mm is scherpzetten met de hand noodzakelijk omdat het automatisch scherpzetten niet meer werkt. Manueel scherpstellen wordt dan soms topsport. De foto van de wesp is gemaakt terwijl de wesp bleef lopen. Het was vrij lastig om onder die condities toch een scherpe foto van het kopje te maken.

3. Benaderingswijze

Langzaam naderen

De facetogen van een insect vormen een mozaïek beeld van de omgeving dat uit lichte en donkere gekleurde stippen bestaat. Door de snelle verandering in het mozaïekpatroon is een insect uitstekend in staat beweging te onderscheiden. Stilstaande of langzaam bewegende voorwerpen vallen echter nauwelijks op. Door heel langzaam een insect te naderen, is het mogelijk om een insect tot op een paar centimeter frontaal van voren te naderen. De foto van het kopje van het strontvliegje is op een afstand van circa 4 cm gemaakt.

Zonlicht

Let altijd wel even op de stand van de zon. Nader het insect zodanig, dat je schaduw niet voor je valt. Indien je schaduw over het kopje valt, ziet een insect meteen dat er iets op hem afkomt. Ook reflecties van zonlicht op de lens spelen regelmatig voor spelbreker.

4. Compositie en kleur

Insecten blijven meestal maar een beperkte tijd zitten wanneer je flitst. Om optimaal gebruik te maken van de tijd dat een insect stilzit, is het belangrijk al een geschikte compositie in gedachten te hebben voordat je afdrukt.

Kleur en flitser

Een bijkomende complicatie is dat bij gebruik van een flitser alleen licht terug ontvangen wordt van delen van de omgeving vlak bij het insect. Soms kan een zwarte achtergrond erg fraai staan, maar meestal zijn composities met frisse kleuren veel aansprekender.

Compositie

Let er ook op dat het insect niet te centraal staat, vaak levert toepassing van de gulden snede regel spannende macro’s op. Bij de foto van het slakkendoder vliegje is het kopje op 2/3 van de breedte en de hoogte geplaatst. Ook het experimenteren met andere composities levert soms de meest verrassende resultaten op.  De foto’s bij dit artikel laten voorbeelden van mogelijke composities zien.

5. Macroseizoen

Bij het fotograferen van insecten ben je gebonden aan de tijd van het jaar dat er insecten in de natuur voor komen. Na een vrij zachte winter is het soms al mogelijk om in maart de eerste grote insecten te fotograferen.  In oktober zijn de meeste grote insecten verdwenen. Insecten met een grootte van een paar millimeter verschijnen eerder en verdwijnen later in het jaar. Het vastleggen van zulke kleine insecten vereist wel het werken met grotere vergrotingsfactoren. Persoonlijk maak ik insectenmacro’s van begin maart tot eind november.

Druppels en ijs

Gelukkig zijn er buiten het insectenseizoen nog gelegenheden genoeg om macro’s te maken. Vanaf december tot eind maart is het met een beetje geluk mogelijk om macro’s van druppels en ijskristallen te maken. De foto van het grassprietje met reflecterende druppels is in november gemaakt.

Tekst en foto’s zijn van Huub de Waard. Meer van zijn werk is te vinden op Huubdewaardmacros.com.

Meer over dit onderwerp

MacrofotografieMacro - Tips voor macrofotografie
Macro hulpstukkenMacrofotografie: scherpe foto's van details in de natuur
MacrofotografieMacrofotografie: Met macro altijd scherpe natuurfoto's!
Objectieven - lenzenObjectieven - lenzen: overzicht soorten camera objectieven
Macrofotografie - spiegelreflexSpiegelreflex camera: fotowedstrijd tips
Statief tipsStatief camera - tips voor het kopen van een camera statief
Statieven kopenStatieven camera kopen - tips voor het bestellen van een statief
Praktijkboek macrofotografiePraktijkboek macrofotografie - recensie birdpix boek
Belangrijke tipsBelangrijkste tips uit deze natuurfotografie workshops
M memory -> megapixelMemory stick - megapixel - uitleg begrippen digitale camera
Inleiding natuurfotografieNatuurfotografie: het leven van de natuurfotograaf
Wat is een natuurfotograaf?Wat is een natuurfotograaf?
Gedrag en ethiekGedrag en ethiek: hoe te handelen als natuurfotograaf?